In zijn essay over de gift verlegt socioloog Marcel Mauss het accent van gever en ontvanger naar het object dat van eigenaar wisselt en bezield zou zijn. De gever, bewust van het bezielde object, geeft zijn gift aan de ontvanger, en de ontvanger neemt het object dankbaar in ontvangst, wetende dat hij ooit iets terug zal moeten schenken van grotere bezielde waarde, gesteld natuurlijk dat de waarde van bezieling vastgesteld kan worden. In volgende interacties geeft hij het object, per definitie te waardevol voor zijn nederige, aardse positie, door aan een derde persoon die het object dankbaar in ontvangst neemt en een ander object met een weer hogere bezielde waarde teruggeeft. Dit object kan vervolgens aan de eerste gever gegeven worden om het onevenwicht te herstellen. Het gaat hier overigens niet zomaar over wat pietluttige details: als de gift een bijl is waarmee men bomen omhakt, zodat de gemeenschap kan groeien, houdt het object direct verband met leven en dood van de leden van de algehele gemeenschap. Als de gift geweigerd wordt, of als de energie niet teruggegeven kan worden, kunnen er stammenoorlogen uitbreken en hele samenlevingen worden verwoest.

Hoewel Mauss zijn onderzoekingen baseerde op verschillende tradities van stammen over de gehele wereld dwars door de geschiedenis heen kunnen zijn conclusies nog altijd in de huidige samenleving worden herkend. Wie een etentje cadeau krijgt zal binnen onafzienbare tijd wellicht het idee opvatten dat het nu ook eens zijn beurt is om degene die het etentje gaf een vergelijkbaar etentje cadeau te doen (of wellicht ontbreekt dit initiatief, wat bij een volgend etentje met dezelfde persoon zal drukken op de avond). Hoewel je de neiging hebt om alle mensen in je leven, je moeder of vader, broers of zussen, beste vrienden, je geliefde of vage kennissen, stuk voor stuk cadeaus te geven van verschillende waarde en omvang – het meest bijzondere cadeau voor je geliefde, een persoonlijk cadeau voor een vriend, een onpersoonlijke fles wijn voor een vage kennis of onbekende, enzovoort – zal je merken dat er tussen gever en ontvanger naar verloop van jaren altijd weer een dynamiek ontstaat waarbij beiden elke volgende verjaardag de ander een cadeau geeft van min of meer dezelfde gevoelsmatige veronderstelde waarde van alle vorige giften tussen deze twee specifieke mensen. Er dient iets te worden teruggegeven van ten minste de waarde van het ontvangen object en het liefst nog net iets groter.

Door niet zozeer te kijken naar de gever en ontvanger, maar naar de ziel van het object – bijvoorbeeld die bijl – kun je de gift ook zien als energiebaan die door de mensen heentrekt. De bijl vertrekt vanuit de gever naar de eerste ontvanger, die in alle nederigheid het grote cadeau doorgeeft aan een derde persoon, en zodoende later een grotere gift ontvangt en vervolgens weer door kan geven. Het doorgeven brengt in zekere zin geluk (de bijl brengt heel direct nieuw leven in de gemeenschap, aangezien er grotere huizen kunnen worden gebouwd), omdat dat bovendien een latere gift mogelijk maakt en een daaropvolgend geven. Er is sprake van een constante dynamiek, alle spullen zijn continu in beweging, geen enkel product heeft een vaste eigenaar.

Voor de mens verlegt deze zienswijze de focus van de daad van het ontvangen naar de daad van het geven: de gift is de waardescheppende handeling die mogelijkheden in een hypothetische toekomst in gang brengt. Het ontvangst is een plicht, en het is een hele kunst om goed te leren ontvangen; maar in feite is dat een kwestie van formaliteit en ritueel. De daad van het geven is cruciaal omdat de gift de omloop in beweging brengt en de gezonde bloeddoorloop van een hele samenleving garandeert.

II

Kijken we met deze bril naar het sinterklaasfeest, dan valt op dat de gever hier is geanonimiseerd. Kinderen krijgen hun jaarlijkse cadeaus van een onbekende oude man, verstopt achter een baard. Teruggeven is in zijn geheel niet aan de orde en kan op geen enkele wijze worden gerealiseerd, omdat deze man een verzinsel is van volwassenen. Het sinterklaasfeest draagt op geen enkele wijze bij aan het besef bij jonge kinderen dat de gift een interactiemoment is tussen gever én ontvanger, of een bezielde handeling die nieuwe hypothetische mogelijkheden opent in de toekomst. Het kind leert vooral te krijgen. Het sinterklaasfeest laat kinderen al op vroege leeftijd wennen aan een wereld waarin zij iets van de wereld mogen verwachten zonder eerst zelf iets aan te hoeven bieden. Daarmee wordt het aloude patroon van geven en nemen niet alleen doorbroken maar zelfs volledig omgedraaid.

Dit is een recente ontwikkeling in de sinterklaastraditie. Nog geen twintig jaar geleden was de gangbare logica dat een kind zoet moet zijn om cadeaus en lekkers te ontvangen. Zijn eigen inleg (de gift) is zijn goede gedrag, de beloning vervolgens het cadeau. Hoewel de anonimiteit van de sint nog altijd problematisch is voor de doorstroom van goederen, en de methode een verkapte chantage is, kun je er in ieder geval de sedimenten in terugvinden van de gift zoals die volgens Mauss van oudsher traditioneel is overgedragen.

Sinds de afschaffing van de cadeauontzegging bij slecht gedrag is het feest in een nieuwe fase aanbeland en het accent volledig op het krijgen komen te liggen. Die verandering is gelijk op gegaan met de val van het communisme en het globaal installeren en incorporeren van een liberaal kapitalistisch systeem. Het sinterklaasfeest van vandaag geeft althans een exacte blauwdruk van dit maatschappelijke systeem dat zich in mindere mate bekommert om het geven (of delen, centraal in het communisme), en zich in eerste instantie richt op het toe-eigenen van goederen en diensten.

Juist dit toe-eigenen is ook weer te koppelen aan de kolonisatie, een periode in de vaderlandse geschiedenis waarin het kapitalistische systeem langzaam aan terrein won. Door met schepen over de wereld te varen, zwarte mensen tot slaaf te maken en producten te roven ter meerdere eer en glorie van de eigen samenleving, heeft ook Nederland een grote voorsprong genomen in de mondiale ontwikkeling. Wie heden ten dage spreekt over ongelijkheid tussen zwart en wit (waartoe het Sinterklaasfeest tegenwoordig regelmatig aanleiding geeft) zou deze geschiedenis in het debat moeten betrekken. Wie zich bezorgd maakt om het symbool Zwarte Piet als symptoom van dieperliggende discriminatie en racisme, en aandringt tot verandering van dit archetype, zou kunnen inzien dat de verlegging van het kapitalistische ideaal in de sinterklaastraditie verband houdt met de verlegging van geven naar nemen.

Zolang kinderen hun giften van een anonieme man ontvangen, en niet leren dat de essentie van de cadeaucyclus begint bij de gift, zullen nieuwe generaties opgroeien met de vanzelfsprekende aanname dat hun plek in de samenleving bij geboorte evident is en niet hoeft te worden verdiend – een samenleving waarin iedere deelnemer zijn entitlement ervaart als vanzelfsprekendheid en waarbij de vraag naar de ander per definitie op de tweede plek staat. Een honger naar meer en een verslavingsprikkel, die als kind al wordt aangeleerd, zal ertoe leiden dat de mens, eenmaal volwassen, gebruik zal blijven maken van dezelfde kapitalistische springplank waarop alle mensen die hij kent gesprongen zijn om ook zelf een positie te verwerven waarbinnen hij zijn verslaving naar meer zal kunnen blijven voeden. Hij vindt het niet meer dan logisch dat hij zich binnenvecht in de samenleving en desnoods zijn ellenbogen moet gebruiken zoals iedereen dat tenslotte doet.

De verlegging van geven naar nemen is tegenwoordig zelfs waarneembaar onder de zogenaamde criticasters van deze ongelijkheid. Ook journalisten, schrijvers, politici, kunstenaars, acteurs, televisiemakers, filmmakers en muzikanten hebben de onderlinge strijd om gehoord te worden geaccepteerd als vanzelfsprekende factor van de beroepspraktijk, en het liberale kapitalistische systeem als huisvriend geaccepteerd. Ook dit is een relatief nieuwe ontwikkeling. Halverwege de jaren negentig was het voor een Nederlandse acteur bijvoorbeeld not done om naast acteerwerk allerlei reclamewerkzaamheden te verrichten. Tegenwoordig heeft een acteur die dergelijke diensten weigert weinig kans op werk in de toekomst, eenvoudig omdat hij niet zichtbaar is. Aandacht is een schaars goed geworden in een wereld waarin iedereen gehoord moet worden, platforms alomtegenwoordig zijn en elke uiting kan worden gekapitaliseerd.

Juist aandacht schenken kan, met het onderzoek van Marcel Mauss in het achterhoofd, eenvoudig worden ingezet om de focus van nemen naar geven te verleggen. Door eerst de ander aandacht te schenken, zonder daarvoor per se iets terug te verlangen, kan het object van aandacht blijven groeien; diegene kan zijn aandacht vervolgens ook weer beter richten op derden; en door aandacht te geven kan een nieuwe doorstroom van goederen en diensten hopelijk op gang worden gebracht.