Door Lucas Zandberg

Schijnheiligheid en realiteit

Sommige romans hebben de schijn een beetje tegen. Gezichten van glas is zo’n soort roman. Een verhaal over een idealiste, een cabaretier en een kunstenaar roept in elk geval bij deze lezer algauw het beeld op van drie met een zilveren lepel in de mond geboren hoogopgeleiden die met ‘problematiek’ kampen waarmee de gemiddelde lezer geen enkel raakvlak heeft. Laten we vooropstellen dat deze tweede roman van de drie jaar geleden met het alleraardigste Paaltje aan de horizon gedebuteerde Lieuwma inderdaad geen publieksboek is. Daarvoor is de setting toch wat aan de specialistische kant. Toch zouden we Lieuwma tekortdoen als we niet verder zouden kijken dan die setting, want hij heeft wel degelijk een verhaal te vertellen dat verder reikt dan het typische Amsterdams-oppervlakkige ‘ons kent ons’-geneuzel.

In Gezichten van glas draait het om drie personen. Cabaretier Gilbert heeft een buitengewoon succesvolle carrière en geldt als een nationale bekendheid. Toch vindt hij dat hij teveel van hetzelfde maakt; hij wil meer diepgang in zijn werk en hij wil vooral een blijvende indruk achterlaten. Kortom, hij wil de wereld verbeteren. Hij meent dat hij graag goede dingen voor anderen doet, al dringt langzaam het besef door dat hij vooral goed doet voor zijn eigendunk. Net als de andere twee hoofdpersonages is schijnheiligheid hem niet vreemd. Hij laat zich vooropstaan op zijn voorbeeldrol in de artistieke scene, maar downloadt intussen natuurlijk wel gratis films van Pirate Bay. De roman zit boordevol dit soort goed uitgewerkte tegenstrijdigheden. Eén van zijn projecten is Jonathan, een mislukte kunstenaar wiens zelfmoord hij rond de millenniumwisseling op het nippertje weet te voorkomen, een gebeurtenis die Gilbert vervolgens heel opportuun tot onderwerp van een show maakt. Die show geldt als het hoogtepunt in zijn oeuvre en het voorbeeld van al het latere. Jonathan mag jarenlang gratis in Gilberts grote huis wonen om in alle rust aan zijn kunstenaarschap te werken, totdat de komst van zijn teleurgestelde halfzus alles verandert. Na vele jaren haalt Gilbert Jonathan terug op het podium met een op z’n zachtst gezegd nogal drastisch resultaat.

Gilberts halfzus Debora is een nog grotere, met name in het begin bloedirritante wereldverbeteraar. Als tiener heeft ze volop kritiek op de consumptiemaatschappij en ze reist naar Afrika om daar te helpen. Dat leidt tot een grote desillusie. Lieuwma beschrijft kritisch, zelfs cynisch hoe westerse landen de ellende in Afrika in stand houden om er geld aan te verdienen. Het geschetste wereldbeeld stemt niet bepaald tot vrolijkheid doordat het zo angstaanjagend realistisch overkomt. Een mens zou van minder zijn of haar idealisme aan de wilgen hangen. Lieuwma werkt vooral de dualiteit en schijnheiligheid van dit personage haarscherp uit. Enerzijds huilt zij om de weggesneden toppen van sperziebonen omdat er zo ontzettend veel honger en leed is in de wereld, anderzijds besluit zij een auto te kopen om zich zogenaamd vrij te maken van haar ex terwijl zij eerder fel gekant was tegen autobezit. Als iets het persoonlijk belang dient, worden idealen gemakkelijk overboord gezet of naar de eigen hand gezet, zo lijkt de boodschap te zijn. Of misschien is het de realiteit die eenvoudigweg zorgt voor de ontnuchtering. Haar ontwikkeling van betweterige idealist naar meer praktisch georiënteerde realist is bijzonder goed uitgewerkt. Hoe meer zij haar idealisme verliest, hoe sympathieker zij paradoxaal genoeg overkomt.

Het duurt een tijdje voordat het verhaal focus en vaart krijgt. Naar aanleiding van een beroerd geschreven script bekritiseert Debora haar halfbroer vanwege zijn neiging om scènes op te vullen met beschrijvingen van rookgedrag. Zelf doet Lieuwma dat soort dingen ook in het begin. (Misschien is dat opzettelijk, maar in dat geval is de ironie daarvan aan deze lezer voorbijgegaan.) Als het verhaal eenmaal op gang komt, stevent het af op een nogal macaber slot over een maatschappelijk relevante kwestie. De onbaatzuchtigheid waarmee alle personages hun acties verantwoorden is dan allang als sneeuw voor de zon verdwenen. Wat blijft is de desillusie over hoe deze wereld in het algemeen en het individu in het bijzonder in elkaar steekt. Een verontrustend boek.

Lucas Zandberg

Michiel Lieuwma – Gezichten van glas. De Arbeiderspers, Asmterdam. 366 blz. € 21,99.