Is er leven buiten de markt?

ROMAN De kunstenaar is een cultureel ondernemer geworden, en de ngo een bedrijf als elk ander. Gezichten van glas vraagt zich af wat er gebeurd is met onze idealen. Door: MARK CLOOSTERMANS

http://www.standaard.be/cnt/dmf20180628_03587637

Michiel Lieuwma – u herinnert zich hem misschien van de leerzame en geestige VPRO-filmpjes ‘De snijtafel’ – debuteerde in 2005 met Paaltje aan de horizon, een roman die net iets te middelmaat was om echt te worden opgemerkt. Lieuwma’s tweede is een stuk ambitieuzer, beter en dikker. Het is een bewijs van talent, hoe weinig Lieuwma nodig heeft om Gezichten van glas boeiend te maken. De plot is heel beperkt (een handvol bewegingen en een climax); alle spanning vloeit voort uit de drie hoofdpersonages, die door omstandigheden een huis delen.Debora wordt gedefinieerd door haar schuldgevoel: ze torst de schuld van de hele ontwikkelde wereld ten opzichte van de derde wereld. In het spoor van haar dokter-echtgenoot heeft ze geholpen in oorlogs- en rampgebieden. Daarna leidde ze jarenlang de fondsenwervers op voor een ngo. Als ze bij haar halfbroer Gilbert in huis komt wonen, heeft ze net haar man verlaten. Ze is gewoon opgebrand. ‘Wat betreft het vluchtelingenkamp bij Goma voelde Debora zich een theezakje: ze was erin gehangen en er weer uit gehaald zonder precies te weten wat haar invloed was geweest.’ Dat is, na al haar goede bedoelingen, best een domper. (Niemand is graag een theezakje.) Gilbert bekijkt de problemen in de wereld heel anders. Hij is cabaretier: zo’n typische Nederlandse podiumpastoor die de mensen een lach, een traan en een levenslesje biedt. Gilbert recycleert drama voor entertainment. Het kan hem niet schelen. Hij weet dat hij de mensen iets waardevols geeft: een geruststellend ‘coherent verhaal’ over de wereld. En ten slotte is er Jonathan, een kunstenaar die weigert mee te draaien in het wereldje van de moderne kunst. Ook hij woont in het huis van de cabaretier. Lieuwma heeft met deze drie personages een intens spanningsveld geschapen. Debora is extremistisch in haar behoefte om de wereld te verbeteren. Jonathan is extremistisch in zijn opvattingen over hoe de kunstenaar zich moet verhouden tot de markt. Gilbert staat op beide vlakken tussen hen in: een kunstenaar die het spel weet te spelen, een wereldverbeteraar die zijn grenzen kent.De fascinerendste kant van deze driehoek is zonder twijfel Debora. In Rwanda heeft ze mogen ondervinden wat de beperkingen zijn van noodhulp. De hulpverleners worden pionnen van de strijdende partijen. Onpartijdigheid is een farce: men verzwijgt ‘dat de extremistische Hutu’s zich zonder de geldstromen van het Westen nooit zo lang staande hadden kunnen houden’. Zoals we van een rechtlijnig personage mogen verwachten, is ze bikkelhard voor de hulpverleners: ook zij vormen een wereldje waarin het positioneren van de eigen organisatie belangrijker is geworden dan de hulpverlening. Terwijl Lieuwma zijn personages laat botsen, komt een thema langzaam in beeld: inkapseling. ‘Sinds de blinde omarming van het neoliberalisme had de markt vrij spel en moest iedereen die iets wilde bereiken een eigen winkeltje beginnen’, bedenkt Gilbert. Of je nu (klein)kunstenaar bent of ngo-medewerker, alles is ingekapseld in marktdenken. Debora probeerde goed te doen, maar kon moeilijk leven met de marktmechanismen van de hulpverlenerssector. Gilbert en Jonathan weten dat elk spoor van subversiviteit in de kunst is opgeslokt door mastodonten van cultuurcentra, intussen zo groot dat ze too big to fail geworden zijn. Nog steeds volgens Gilberts analyse, maakt zijn vriend Jonathan deel uit van de onvermijdelijke ‘tegenbeweging’: ‘hippies, de punkbeweging, de krakersbeweging, de kunstenaars… (…) Hun dromen over een betere wereld eindigden allemaal zoals die in Fight Club: met het verwerpen van het hele financiële stelsel om met een geresette wereld opnieuw te beginnen aan het vormgeven van hun dromen.’ Dus valt de kunstenaar, als je redenering netjes tot het einde volgt, samen met de (zelfmoord)terrorist: beide streven naar een reset, daarbij zichzelf als eerste resettend. De kans dat er voor Jonathan een happy-end in zit, is dan ook… a-hum, beperkt. Net als in Paaltje aan de horizon schrijft Lieuwma eigenlijk te vlot voor zijn eigen bestwil. Het leest allemaal lekker weg, maar regelmatig zijn er bladzijden, of hele hoofdstukken, die de zaken herkauwen of expliciteren. Die uit-de-losse-pols-stijl contrasteert nogal met de doordachte inhoud. Het zijn “werkpuntjes” voor toekomstige boeken, zullen we maar zeggen. Gezichten van glas is een plezierig meanderende roman over een heel hedendaagse frustratie.