BNN wordt geregeerd door middelbare mannen die zeggen televisie te maken voor een jonge doelgroep. Waar BNN begon als een progressieve omroep, lijkt daar nu niet veel meer van over te zijn. Programma’s en formules worden herhaald; De Lama’s wordt De Badgasten. Michiel rekent uit hoe dat komt.

BNN pretendeert jong, brutaal, vernieuwend en spraakmakend te zijn. Dat leek althans de inzet toen de omroep in 1997 werd opgericht door programmamaker en professioneel relschopper Bart de Graaff. Hij kreeg destijds de hulp van Gerard Timmer, Willem de Bois, Frank Timmer en later Laurens Drillich, mannen die daarvoor allen belangrijke sleutelrollen vertolkten bij piratenzender Veronica. Een goed team, zou je zeggen, om de beoogde vier peilers van progressiviteit te waarborgen.

Inmiddels is BNN allang niet meer jong, niet brutaal, niet eens echt spraakmakend en al helemaal niet vernieuwend. Het boegbeeld is overleden en de vier anderen hebben stuk voor stuk hun plek verruild voor belangrijke hoge functies in televisieland. De omroep wordt sinds 2007 geleid door Patrick Lodiers, een sympathieke en empathische man van middelbare leeftijd, die erin is geslaagd van integer kijken zijn handelsmerk te maken. Hij geeft richting aan een handvol succesvolle, goedgelukte en stralende televisiepersoonlijkheden. De zender lijkt ermee de zwakke echo van wat het ooit probeerde te zijn. Toch wordt nog altijd het oude imago krampachtig hooggehouden. Hoe spelen ze dat toch klaar, en wat is daarvan de schade?

Formules

Om het imago hoog te blijven houden gebruikt BNN een formule die eindeloos wordt herhaald: (bekend) gezicht + product/ locatie + tegenkleur = leuk (of, sinds 2007: oprecht). Met deze eenvoudige invuloefening is het mogelijk een aanzienlijk deel van de BNN-programmering sinds de dood van Bart de Graaff te analyseren: Filemon Wesselink + heroïne = leuk, Sophie Hilbrand + bungeejumpen = leuk, Patrick Lodiers + iemand in een rolstoel + technofeestje = oprecht, Dennis Storm + een stukje van Valerio Zeno’s vlees = leuk, Valerio Zeno + zieke jongen + relativerende grap = oprecht, Patrick Lodiers + nierpatiënt + spelshow = oprecht.

BNN pretendeert vernieuwend te zijn, toch is op basis van alleen al deze formule vrij eenvoudig te zien dat BNN herhaalt. Vooral de out-line wordt steeds opnieuw gekopieerd. Neem alleen al het voorbeeld van het succesvolle programma De Lama’s: er komt een eind aan de reeks, er is plek vrijgekomen voor nieuwe comedy, en BNN komt met het nieuwe concept De Badgasten: fluorescerend groen wordt fluorescerend blauw, de ‘leuke gekke’ naam wordt domweg een andere ‘leuke gekke’ naam. Alle contouren van het oorspronkelijke concept worden een op een gekopieerd.
De zuigende werking van deze herhalingsdrang zie je vrij helder sinds het eerste seizoen Spuiten en Slikken (2005), een reeks afleveringen over seks en drugs waarin Filemon Wesselink per aflevering een ander soort drugs uit zou proberen. Voorafgaand aan de veelbesproken uitzendingenreeks werd hem in verschillende media steeds dezelfde vraag gesteld: ben je niet bang dat je erin zal blijven hangen? Waarin blijven hangen? Nou, die drugs die je gaat proberen. Nee hoor, want er is een heel team omheen, en ik ga alles maar één keer doen.

Zeven jaar later maakt Filemon Wesselink nog altijd vergelijkbare itempjes op nationale televisie waarin de succesformule is: (hijzelf) + product/locatie + tegenkleur = spraakmakend, brutaal of jong. Met andere woorden: ook itempjes maken op nationale televisie heeft een vergelijkbare verslavende werking; hij is dan niet verslaafd geraakt aan de uitgeprobeerde producten, maar zijn hang naar het maken van vergelijkbare reportages herbergt alle symptomen van verslaving.

Ook BNN’s profilering als een jongerenzender is een schijnvertoning. Vooral de gelukte, welbespraakte gevallen komen aan het woord. Succesvolle jongeren mogen weloverwogen spreken over gematigde zaken en hoezeer ze daarin zijn geslaagd. Ze worden daarin afgewisseld door de rand- en probleemgevallen die ondanks alles prima kunnen leven. De optelsom van beiden zou daarmee een afspiegeling van de doelgroep zijn, maar dat is het niet; het is het clichématige beeld dat de gemiddelde Nederlander van de doelgroep heeft. Het fenomeen ‘jongeren’ wordt als onderwerp in zijn eenvoudigste vorm behandeld om af te kunnen vinken.

BNN zegt brutaal en spraakmakend te zijn, en toegegeven, het percentage veelbesproken programma’s dat BNN door de jaren heen maakte is hoog. Toch lijkt ook elke hype precies hetzelfde profiel te hebben, en voldoet het keer op keer weer aan de formule. Het heeft er zelfs alle schijn van zorgvuldig gecreëerd, gepland en uitgestippeld te worden.

Spraakmakendheid lijkt niet het vehikel voor debat maar het doel op zich. De hype wordt steeds opnieuw weer in het publieke debat gerechtvaardigd met het argument dat daarmee bepaalde onderwerpen bespreekbaar worden gemaakt – praten over drugs, praten over seks, praten over nierdonoren – maar dat is zelfbevestigend. Natuurlijk gaat iedereen er over praten wanneer mensen op tv heroïne roken, of elkaar opeten. De Donorshow van BNN heeft zogenaamd nierziekte als onderwerp op de agenda gezet, maar stond dat onderwerp niet allang op de agenda toen de oprichter van de omroep tien jaar ervoor stierf aan precies dezelfde ziekte? Is het niet veel eerder een zeker aandachtstekort dat ertoe heeft bijgedragen dat een breed uitgemeten discussiepunt juist gerecycled moest worden? Het opvallende aan de vermeende BNN-spraakmakendheid is dat het niet spraakmakend is.

Mentaliteit

Leg BNN eens voor de grap naast de VPRO. De VPRO heeft altijd het profiel van een jonge, tegendraadse omroep gehad – zonder daarmee uitvoerig te koketteren. Dat zit ‘m niet in het soort publiek dat ernaar zou moeten kijken. Evenmin zit ‘m dat in de vermeende jongheid van presentatoren: bij BNN zie je veelal vrolijke, brutale en assertieve mensen die een jonge, frisse indruk moeten maken met Kinki-kapperkapsels, onvoorwaardelijke openheid met betrekking tot sekservaringen, snelle wagens waar je in zou moeten willen rijden, en wild bewegende camera’s die wiebelend met je meelopen zodat je de hele tijd hip en happening het beeld in en uit kan springen. Stuk voor stuk eigenschappen waarmee BNN zich jong en fris schijnt te willen voelen.

De VPRO moet het veel eerder hebben van een zekere mentaliteit, een manier van denken over programmamaken. Een progressieve, vervreemdende, steeds van invalshoekhoek veranderende instelling die noodzakelijk is om zichzelf opnieuw uit te kunnen vinden. Het zit ‘m niet in het uiterlijk vertoon, het zit ‘m niet in de fletse groenheid van het felgroene Lama-matje waar je zo lekker hip op kan improviseren (de frisse jonge versie van acteren). Het zit niet in de out-line, het is de mentaliteit die maakt dat je de connotaties maakt met vernieuwend – een programmamaker is vernieuwend zolang hij nog in staat is steeds opnieuw weer van systeem te veranderen, te zoeken, onderzoeken, inzoomen, uitzoomen, beschouwen, graven, verbreden en verdiepen.

Marktdenkers

Waarom kan BNN dat niet? BNN heeft inmiddels een marktaandeel op het gebied van jongheid, brutaliteit, spraakmakendheid en vernieuwing: het is het toonbeeld van marktdenken in een tijd waarin de enige manier om over televisiemaken te mogen denken blijkbaar een economische is. Nederland is een land van marktdenkers en daar is onze cultuur een afspiegeling van: de manke is hier artiest, de allochtoon is hier knuffelbaar. Elke niche wordt uitgehold, en het symbool voor deze uitholling is deze zogenaamde jongerenomroep, met een gestorven nierpatiënt als oprichter – want dát soort dingen raakt ons: dat in dit land zelfs nierpatiënten ‘ook gewoon maar mensen zijn’; zo ontzettend gewoon dat ze zelfs een zender op kunnen richten. Mensen die werkelijk capabel zijn voor zoiets – bijvoorbeeld mensen met een zeker inzicht of een zekere ervaring – worden overgeslagen, omdat een handvol rijke mannen van middelbare leeftijd destijds geld heeft gezien in deze magische contrastwerking: nierpatiënt + televisiezender = oprecht, jong, brutaal, spraakmakend én vernieuwend. Dat alles bij elkaar maakt natuurlijk niets uit.

Het is alleen zorgwekkend dat iedereen erin trapt. In een tijd waarin ministers snijden in cultuur, beleidsmakers schrappen, en er in Nederland alleen voor elke uitzondering een plekje is, houdt BNN de plek bezet voor progressiviteit, ontwikkeling, verbreding en verdieping.