Kasper C. Jansen en Michiel Lieuwma zijn twee Utrechters die tegelijkertijd zijn afgestudeerd aan de Hogeschool voor de Kunsten (HKU).  In 2012 begonnen ze met hun YouTube-kanaal ‘De snijtafel’. In hun video’s bekritiseren ze het desbetreffende fragment volgens een eigen methode; ze schrijven de gesproken tekst uit en analyseren regel voor regel wat er precies gebeurt. Ze worden op internet veel geprezen voor hun ontnuchterende en kritische blik op populaire programma’s als De Wereld Draait Door (DWDD) en Man Bijt Hond. Na een vijftal afleveringen bij de VPRO zijn ze bij het nieuwe online journalistieke platform ‘De Correspondent’ terecht gekomen.  Elke maand plaatsen ze hier een video, die overigens ook voor niet-leden van De Correspondent vrij toegankelijk is. Op een regenachtige ochtend spreken we met hen af in café Marktzicht en stellen onze eerste vraag. 

Hoe zijn jullie op  het idee gekomen?

Michiel:
‘Wij hebben elkaar leren kennen op de HKU.  Na ons afstuderen hebben we elkaar twee jaar weinig gezien. In deze twee jaar was Kasper begonnen met een YouTube serie ‘De neven’. Hierin maakte hij met een neef filmbesprekingen en die spraken mij erg aan. Sinds deze serie ben ik weer meer in contact geraakt met Kasper.  Kasper: Ja inderdaad, Michiel was vanaf het begin liefhebber van deze serie. Vandaar dat hij een keer mee wilde doen.  De eerste keer dat wij met zijn drieën iets gingen bespreken, kwam Michiel met een liedje. Toen mijn neef het eigenlijk niet zo leuk meer vond, zijn Michiel en ik doorgegaan.‘

Jullie zijn er eigenlijk ingerold. 

Kasper: ‘Ja precies, wij vonden het bespreken van liedjes zo leuk dat we er een tijd mee zijn doorgegaan. We deden het ook alleen voor ons eigen plezier. Tot aan de eerste bespreking van DWDD heeft het ons geen geld opgeleverd.

Hoe gaan jullie precies te werk?

Kasper:
‘Eerst zoeken we een fragment uit. Het kiezen van een fragment begint vaak bij een onbehaaglijk gevoel dat één van ons krijgt. We kunnen op dat moment nog niet precies verwoorden waar dat gevoel vandaan komt. De volgende stap is een soort corvee: wat er gezegd wordt in het fragment schrijven we helemaal uit. Vervolgens maken we in Word een bestand waarbij we allerlei opmerkingen noteren, dingen die ons opvallen. Dit sturen we naar elkaar, om daarna te beginnen met filmen. Uit de uren discussie die wij opnemen, monteren we de uiteindelijke eindmontage. Soms worden hier hele lange stukken uitgeknipt, omdat ze toch niet binnen de lijn van ons verhaal passen.’

Jullie weten vooraf nog niet wat de conclusie wordt?

Michiel: Klopt, door lang te discussiëren komen we er langzaam achter wat onze ergernis precies is. Dat maakt deze methode ook legitiem, omdat onze uiteindelijke conclusie toch altijd iets anders blijkt te zijn dan de ergernis waar we mee begonnen. 

Nadat het duo een aantal liedjes had besproken, verscheen een aantal
televisiebesprekingen. Wij vroegen of ze bewust zijn overgestapt van liedjes naar televisieprogramma’s .

Michiel: ‘Nadat wij veel liedbesprekingen hadden gedaan, wilden we eens iets nieuws proberen. Toen wij vervolgens het idee hadden om een televisieprogramma te bespreken ging er een wereld voor ons open.  Ik kan me goed voorstellen dat het gezien kan worden als een overstap. Zo voelt dat voor ons echter niet. We zagen ineens zoveel mogelijkheden dat wij een tijdje bij televisiefragmenten zijn gebleven.’
Kasper‘Het heeft er ook mee te maken dat we in die periode benaderd werden door de VPRO om vijf filmpjes te maken.’

Zij hadden invloed op jullie fragmentkeuze? 

Kasper: De keuze voor fragmenten was bij de VPRO meer in overleg met de redactie. Zij wilden liever dat wij besprekingen maakten over televisie dan over songteksten. Dat hebben we toen afgesproken.’   

Michiel:Toen we weg waren bij de VPRO, hebben we vrij snel weer een filmpje gemaakt van ‘Mannenharten’, een nummer van BLØF.  Dat wij BLØF meerdere keren bespreken heeft ook met vormkeuze te maken. We hebben graag de vrijheid hebben om te behandelen wat wij interessant vinden.  Daarnaast geeft het een leuk verrassingselement. We kunnen vanuit elke hoek komen, we zijn onvoorspelbaar. 

Zijn er, naast onvoorspelbaarheid, argumenten om deze specifieke methode te gebruiken?


Michiel:
Door audiovisuele bronnen te gebruiken en deze uit elkaar te halen, kunnen we precies aantonen waar onze ergernis zit. De kracht van De snijtafel is volgens mij een bepaalde mate van onweerlegbaarheid die wij bereiken. Wij streven ernaar om zo veel mogelijk los van onze eigen mening aan te tonen wat er mis is met een fragment. Kasper: ‘Ik denk dat we daar ook steeds beter in zijn geworden. Daar waar we eerst misschien nog columnisten waren, zijn we nu meer essayisten. Er is overigens niets mis met een goede column, maar dat is niet ons doel. ’

Brengt deze methode ook beperkingen met zich mee?

Kasper:
‘Door ons te focussen op één audiovisuele bron, is het voor ons lastiger om een groot, breder mechanisme bloot te leggen. Het zou leuk zijn om na te denken hoe we dit wel zouden kunnen doen,  maar daar zijn we nog niet over uit.’

We zijn benieuwd naar een voorbeeld. 

Michiel: Een goed voorbeeld hiervan is de bespreking ‘vermijdbare uitingen’, over DWDD . We hebben het hier over een televisieprogramma van de publieke omroep, dat  aantoonbaar reclame maakt. Hierachter schuilt een groter mechanisme, namelijk hoe de publieke omroep met geld van de overheid omgaat.  Door alleen een fragment van DWDD te gebruiken kunnen wij niet het gehele mechanisme bespreken, zoals een schrijver dat bijvoorbeeld wel zou kunnen.’

We vragen ze naar de reden om drie keer DWDD  te bespreken. Is dit ook een vormkeuze, zoals bij BLØF, of hebben ze inhoudelijke motieven? 

Michiel‘De drie items over DWDD waren meer een inhoudelijke keuze.  Een vervelend of geërgerd gevoel is waar het voor ons mee begint bij het kiezen van een nieuw onderwerp. De keuze om drie besprekingen van DWDD te doen, kwam voort uit de ergernis die voor ons gevoel nog niet voldoende onder woorden was gebracht’. 

Wat is deze ergernis?

Kasper:
Het programma doet alsof het cultureel hoogstaande en verantwoorde televisie aan het maken is. Wij tonen aan dat ze vaak bezig zijn met kritiekloze promotie van de kunst die in het programma getoond wordt. Dit vinden wij niet erg, maar dan moeten ze er wel eerlijk voor uitkomen en het vooral niet van gemeenschapsgeld betalen.’ Michiel:‘ De presentator van het programma nam in één van onze besprekingen de stelling in dat kunstenaars ‘mooimakers’ zijn. Dit vinden wij, als kunstenaars, een hele gevaarlijke opvatting. Het programma draagt met deze opvatting bij aan een cultuur waarin kunstenaars veilige, kritiekloze dingen gaan maken. Deze veilige en kritiekloze cultuur zie ik ook terug in de folders die bij het theater liggen. Wij verzetten ons hiertegen.’

Daar waar Kasper en Michiel DWDD kritiekloos noemen, gaan er ook stemmen op dat De snijtafel soms tè kritisch is. Ze bespreken immers vooral de ergernis, maar belichten weinig de positieve kanten. 

Kasper: Onze kritiek op, bijvoorbeeld DWDD, komt niet voort uit een cynische houding. Als we echt cynisch zouden zijn dan zouden we wel  naar de commerciële zenders gaan kijken, met de gedachte dat er toch niks meer te redden valt. Wij zijn juist geaffilieerd met de culturele sector en proberen door de programma’s serieus te nemen en daar kritiek op te geven, de cultuur te beschermen.’

Geldt dit ook voor de songteksten? Met alle respect, maar valt popartiesten als BLØF, Marco Borsato en Guus Meeuwis werkelijk kwalijk te nemen dat ze geen cultureel hoogstaande muziek componeren?
Kasper:  ‘Uit alles blijkt dat BLØF zichzelf uiterst serieus neemt. Ze maken teksten die veinzen dat ze poëzie zijn.  Wij tonen aan dat ze toch , voor een niet onbelangrijk gedeelte, uit wartaal bestaan.’
Michiel:‘ Wij vinden het inderdaad leuk om serieus in te gaan op deze muziek, maar we zien ook in dat het beoordelen van alle muziek een doodlopende weg is. Wij krijgen vaak aangesmeerd dat we liedjes die in een grijs gebied zitten, die niet echt goed of slecht zijn, toch als goed of slecht beoordelen. In sommige gevallen kan kritiek leveren echter wel, vinden wij. Bepaalde teksten zijn echt aantoonbaar onbegrijpelijk, terwijl ze als poëzie of hogere kunst worden beschouwd. Wij vinden het in zo’n geval prettig om onze kritiek wel hardop uit te spreken. 

Hebben jullie plannen voor de toekomst? 
Kasper: ‘
Het is voor ons lastig om ver in de toekomst te kijken. We kunnen  nu in elk geval heel prettig werken bij ‘De Correspondent’. Wel zijn we bezig met een pilot voor televisie, maar daar is nog niet zoveel over bekend. Als het doorgaat, zal het erg gaan lijken op wat wij nu maken.’