MV5BNDQ1NDE5NzQ1NF5BMl5BanBnXkFtZTgwNzA5OTM2NTE@._V1_UY1200_CR108,0,630,1200_AL_
The Lobster (
2015), een film die zich afspeelt in een absurdistisch-dystopisch universum, vertelt het verhaal van David die, sinds zijn vrouw hem verlaten heeft voor een andere man, gedwongen wordt om vijfenveertig dagen in een hotel door te brengen, alwaar hij opnieuw verliefd dient te worden en verplicht wordt om te daten, om zo uiteindelijk gekoppeld te worden aan een nieuwe vrouw. Lukt dit hem niet, dan zal hij na de termijn veranderen in een dier naar keuze. Het hotel laat er geen misverstanden over bestaan: het is de bedoeling dat er sprake is van echte liefde, ook mensen die proberen het management om de tuin te leiden, door bijvoorbeeld te doen alsof ze verliefd geworden zijn – om de transformatie te verhinderen – zullen in een dier worden veranderd. Het verblijf behelst een druk en geforceerd programma van ontmoeten, dansen en daten, en voor de meeste mensen werkt het blokkenschema contraproductief. Dagelijks worden er ook jachten georganiseerd in de bossen, waar loslopende vrijgezellen kunnen worden neergeschoten, zodat de verblijfstermijn kan worden verlengd.

Het lukt de hoofdpersoon – spoiler alert – uit deze nachtmerrieachtige arena te ontsnappen. Hij sluit zich aan bij een groep vrijgezellen die zich in de bossen schuilhoudt. De leidster van deze groep vertelt David dat het in de bossen ten strengste verboden is om verliefd te worden op iemand anders. Als hij ooit met een vrouw zou zoenen staat daar een gruwelijke straf op, the red kiss: van beide personen zullen de lippen worden afgesneden en vervolgens zullen ze moeten zoenen. Op de vraag wat the red intercourse betekent, de sanctie op penetratie, wordt geen antwoord gegeven al laat dat voldoende ruimte aan de verbeelding over.

Opvallend aan de groep dissidenten is dat zij in hun volharding om op alternatieve wijze in de bossen te overleven zijn doorgeslagen in hun radicale gedachtegoed. Ook zij baseren hun samenlevingsvorm op plichten. In plaats van een vorm waarin het de leden vrij staat in hoeverre zij wel of geen interactie aangaan met het andere geslacht worden zij gedwongen om geen contact aan te gaan. De dogmatisch-rigide houding van het hotel wordt beantwoord met een nog veel grotere rigiditeit. Hoe bekrompen het hotel ook redeneert, uiteindelijk mag de falende deelnemer nog altijd kiezen welk dier hij wil worden, en eenmaal een dier is hij in principe vrij – mits zijn keus althans valt op een dier dat niet onmiddellijk opgegeten wordt door een ander.

Heel anders vergaat het de zondaar bij de groep dissidenten. Het afsnijden van lichaamsdelen, een gruwelijke marteling, laat er geen twijfel over bestaan dat het hier absoluut niet de bedoeling is om verliefd te worden, dit in tegenstelling tot het hotel die al met al behoorlijk onverschillig blijft over de slagingskans ervan, en de consequenties min of meer werktuigelijk doorvoert. Zo bezien is The Lobster een scherpe analogie over dogmatisme. De film laat de mechanismen zien die optreden zodra groepen mensen in de geest van een bepaalde ideologie in hun handelen worden verplicht. Het universum waarin je gedwongen wordt binnen vijfentwintig dagen verliefd te worden op straffe van transformatie schept ruimte voor een antibeweging die de leden tot het tegendeel verplicht expliciet niet-verliefd te worden. En zo zit het conflict binnen het universum hermetisch op slot.

Het doet een beetje denken aan hoe in de westerse wereld de strijd om religie gevoerd wordt. Zowel het christendom als de islam beroepen zich op het monotheïsme (een uitvinding van het jodendom), oftewel het bestaan van één god, waarmee het bestaan van andere goden wordt uitgesloten. Dit principe van monotheïsme wordt streng bekritiseerd door de atheïst. Maar ook het atheïsme is een geloofsovertuiging die alle andere overtuigingen uitsluit. Dit punt wordt mooi aangetoond in het boek Zwarte mis, waarin John Gray erop wijst dat ook het westerse seculiere, en op atheïstische ideologieën gebaseerde vooruitgangsideaal gestut wordt door een heilig geloof in technologische ontwikkelingen en de wetenschap. In het geval van het vooruitgangsideaal gaat het om een blind geloof in wetenschappelijke ontdekkingen die er uiteindelijk toe zouden moeten leiden dat alle miljarden inwoners voor leed en ellende zullen worden behoed, als men maar in staat is tot (bijvoorbeeld) interplanetaire ruimtereizen. Ook dit ideaal streeft kortom naar een duizendjarig vredesrijk zoals we dat kennen van het Rijk Gods.

‘Ongeloof is een zet in een spel waarvan de regels door gelovigen zijn opgesteld. Het ontkennen van het bestaan van God is het accepteren van de categorieën van het monotheïsme. Bij het in onbruik raken van deze categorieën wordt ongeloof oninteressant, en weldra is het betekenisloos. Atheïsten zeggen dat zij een seculiere wereld willen, maar een wereld die wordt gedefinieerd door de afwezigheid van de god der christenen is nog steeds een christelijke wereld.’

Deze mechanismen van de patstelling worden in The Lobster scherp uitgewerkt. Ook de mensen in de bossen zouden er goed aan doen in te zien dat zij los willen komen van een jargon waarin het al dan niet ervaren van liefde überhaupt een vereiste is. In plaats daarvan maken zij zich slaaf van het jargon van anderen door zich er een leven lang actief tegen te verzetten.