MV5BMTYwMzMwMzgxNl5BMl5BanBnXkFtZTgwMTA0MTUzMDI@._V1_UX182_CR0,0,182,268_AL_.jpg

Nocturnal Animals (2016) opent met het indrukwekkende beeld van levensgrote portretten van naakte, obese vrouwen in slowmotion die het leven vieren. Als het beeld uitzoomt wordt duidelijk dat het om een reeks bewegende schilderijen gaat, waartussen hoofdpersoon Susan Morrow zit, de galeriehouder van een expositie, die tijdens de spectaculaire opening in gedachten verzonken tussen de New Yorkse elite met een glaasje champagne vergeefs op haar man zit te wachten. Eenmaal thuis verwijt ze zijn afwezigheid, waar hij maar een beetje nonchalant op reageert terwijl hij zijn nieuwe werkreis aankondigt. Morrow ontvangt diezelfde avond een pakketje waarin, zo blijkt, het manuscript van haar ex-geliefde Edward Sheffield zit en een vraag naar goedkeuring. Eenzaam in bed slaat zij de roman open en begint te lezen: voor Susan.

Het verhaal in het verhaal handelt over Tony Hastings, die met vrouw en dochter een nachtelijke autorit maakt door Texas. Ergens halverwege wordt de auto belaagd door een andere auto en na een harde strijd van de weg gereden. De drie mannen provoceren het gezin, en na een tergende suspensescène kidnappen zij vrouw en dochter en laten Hastings achter in de woestijn. De volgende dag vindt Hastings zijn weg richting een klein dorpje, legt hij contact met de plaatselijke sheriff en onderzoekt de omgeving. Zijn vrouw en dochter blijken op gruwelijke wijze te zijn verkracht en vermoord. Een onderzoek van jaren volgt en als uiteindelijk de daders zijn gevonden, worden ze vrijgelaten wegens gebrek aan hard bewijsmateriaal. De sheriff is inmiddels doodziek en zal spoedig sterven, daarom stelt hij voor, hij heeft immers niets te verliezen, om samen met Hastings voor eigen rechter te spelen. Ze kidnappen twee van de drie daders en houden hen onder schot, maar als de sheriff, ziek als hij is, naar het toilet rent omdat hij moet kotsen, weten de daders opnieuw aan de onzekere Hastings te ontsnappen. De sheriff schiet een van de twee in de rug dood, maar de andere is spoorloos verdwenen. Uiteindelijk weet Hastings ook hem op te sporen en dood te schieten, maar in het gevecht raakt hij ernstig gewond aan zijn oog. Liggend op de grond pleegt hij zelfmoord met hetzelfde pistool.

Terwijl Morrow dit onthutsende verhaal leest, krijgt de kijker afwisselend momenten te zien van haar huidige leven en van hun gezamenlijke geschiedenis. Sheffield, die in alles lijkt op zijn personage Hastings (al was het alleen omdat hij door dezelfde acteur Jake Gyllenhaal wordt vertolkt) versiert Morrow tijdens hun eerste date met haar droevige ogen, die zijns inziens op die van haar moeder lijken. Deze moeder waarschuwt Morrow in een andere scène voor Sheffield: een hopeloze romanticus volgens haar, en arme schrijver en zeker niet degene die haar gelukkig zal maken. Morro, die in niets op haar decadente moeder wil lijken, is diep beledigd maar wordt niet veel later verliefd op een zeer knappe en rijke man, wisselt hem in voor Sheffield en laat uiteindelijk een abortus plegen – blijkbaar dus was zij zwanger van Sheffield op het moment dat zij hem besloot te verlaten.

Tijdens de gesprekken tussen Morrow en Sheffield over zijn schrijverschap wijst zij hem herhaaldelijk op zijn zwakheid. Het is precies deze zwakheid die in Sheffields fictie op meesterlijke wijze is vertaald naar de horror op de snelweg in Texas. De zwakheid wordt breed uitgemeten in tergende, hartverscheurende momenten van interactie tussen hem en zijn belagers, momenten die de kijker eraan herinneren hoe onmachtig een mens kan zijn in zijn taak zijn naasten te beschermen indien de agressor eenvoudigweg sterker is (drie onvoorspelbare, sterke en gewapende mannen) en elke verbinding met de buitenwereld is verbroken (zonder bereik, in de nacht, midden in de woestijn).

Het personage Hastings doet zijn uiterste best zijn vrouw en kind voor de drie losgeslagen gekken te beschermen. Maar zijn enige wapen is valse hoop op een onverwachte wending buiten hem om of gratie van de agressor. Wat hen boven het hoofd hangt is van begin af aan kraakhelder en invoelbaar: twee mooie vrouwen, twee auto’s, drie psychotische gekken die tot alles in staat zijn, een woestijn, een machteloze vader; de rekensom is snel gemaakt. Toch blijf je gedurende de uitgesmeerde suspensescène voortdurend hopen dat hen het evidente noodlot bespaard zal blijven. Als de wagen van de weg wordt gereden stappen de drie mannen uit en stellen voor de lekke band te verwisselen. De familie stemt in omdat zij niet anders kunnen, en hopen dat het hierbij zal blijven. De dames moeten uit de auto stappen, want anders kunnen ze de band niet verwisselen; het klinkt zelfs even als een moment van argumentatie en redelijkheid binnen alle losgeslagen gekte. Wie weet komen we er met een sisser vanaf, lijken de gezinsleden bij gebrek aan een alternatief te denken, wie weet was dit pure intimidatie, gewoon om te laten zien wie de baas is, en kunnen we hierna ieder ons weegs . De wisseltruc is even virtuoos als verbijsterend: als de dames in de ene auto stappen moet jij in de andere. Het is allemaal gebeurd voordat Hestings er erg in heeft: de auto met twee van de drie agressievelingen rijdt al weg, de vrouwen in paniek krijsend op de achterbank, en hij stapt verbouwereerd in de andere auto, in de naïeve hoop dat hij erachteraan kan blijven rijden, dat hij hen op de een of andere manier in kan halen, dat er alsnog een wonder gebeurt.

Het is dit gebrek aan assertiviteit dat, naast de evidente overmacht van de drie mannen, de metafoor wordt voor de in de andere verhaallaag aangewreven zwakte. Het aarzelen, het wachten, het hopen op een alternatief einde – tegen beter weten in. De geniale zet van de plot is dat dit verhaal in het verhaal is opgebouwd uit allerlei clichés die, verwoordt door de auteur in de andere verhaallaag, gaan werken als metafoor. De feitelijke plot is bijvoorbeeld vrijwel dezelfde als die van The Hills Have Eyes, een horror-cultklassieker van Wes Craven uit 1977 (en de remake uit 2006) waarin een onschuldig gezin in de woestijn van Amerika na een geënsceneerd auto-ongeluk wordt belaagd, verkracht en vermoord door een door generaties van inteelt gedegenereerde familie losgeslagen monsters.

Maar als creatieve vertaalslag van het grote gevoel van het personage Sheffield, de getormenteerde ex van Morrow, wordt dit verhaal een metafoor voor zijn grote gevoel: zijn vermeende zwakheid, versterkt door de afwijzingen van Morrow, culminerend in zijn verwijdering en de abortus (dus dood) van zijn dochter. De einduitslag voor beiden Sheffield en Hestings is identiek: hij is vrouw en kind kwijtgeraakt door zijn eigen lafhartige niet-handelen. De horror is een pastiche van het genre, uitgevoerd door de filmmaker als vertaalslag van het grote gevoel van de schrijver, die de ware kunstenaar is, omdat hij erin slaagt zijn wraak en wrok te vertalen naar universele angsten en emoties.

Waar de horror qua plot en suspense cliché is – woestijn, vrouw en kind, verkrachting, moord, onderzoek, wraak, zelfmoord – werken dezelfde jongleerballen als metafoor van de overkoepelende vertelling zéér krachtig – jouw verwijdering voelt zoals deze horrorkitch – kortom er is sprake van een geweldige stilistische vertaalslag van het grote gevoel van de fictieve auteur, omgezet dus in kunst, terwijl Morrow tegelijkertijd in de koude, kille regionen van de hoge kunsten rondloopt. Gesteld dat een verhaal zijn kracht ontleent aan de vertelstijl, en de kijker mag aannemen dat het manuscript goed geschreven is, is deze omdraaiing hermetisch: middels de iconen van de zogenaamde lage cultuur, horror en suspense, schrijft de meesterverteller Sheffield een metafoor over mannelijke zwakte terwijl de ontvanger Morrow een eenzaam bestaan leidt in de kille, koude galerieën van de hoge cultuur; een omdraaiing van hoog en laag, kunst en kitsch, met de suspense, shock en het grote gevoel in de kitsch, en de kilheid en leegheid in de zogenaamde hoge kunsten.