UnknownTerwijl Joris van Casteren wordt geïnterviewd over zijn boek Mensen op Mars (2016) in het programma VPRO Boeken stoot presentator Jeroen van Kan een glas water om. ‘Mogen wij een doekje hier?’ vraagt hij aan zijn medewerkers achter de schermen. Van Casteren en Van Kan nemen het kleine moment te baat om het over Mars te hebben: in oude beschavingen was men ervan overtuigd dat de planeet Mars, mede vanwege zijn rode kleur, ongeluk bracht, en het omvallen van het glas zou als een bewijs van een kwade geest kunnen worden aangevoerd. In latere beschavingen gaat men juist uit van een structuur of harmonie die uit het bestuderen van de banen van verschillende planeten kan worden afgeleid.

Het boek is een verslag van de omzwervingen en onderzoekingen van de auteur, nadat hij het nieuws omtrent Mars One vernam, een ambitieus project om vanaf 2027 per vier jaar vier nieuwe mensen op Mars ‘neer te zetten’. Omdat de techniek nog niet voldoende gevorderd is om retourvluchten aan te bieden, gaat het om permanente kolonisatie, ongeacht de omstandigheden of complicaties, en omdat de missie kostbaar is zal een Big Brother-achtige televisieformule aan het project gekoppeld worden waarmee de mensen op aarde de verwikkelingen op de voet kunnen blijven volgen.

Schermafbeelding 2017-10-23 om 10.54.23
‘Mogen wij een doekje hier?’

Het is een concrete uitwerking, hoe naïef ook, van de theorieën over interplanetaire kolonisatie als enig reëel alternatief voor de onoplosbare problemen op aarde aangaande de toekomstige mensheid – de enige kans voor de mensheid kortom, om ook op de lange termijn het overleven van de soort te garanderen. Opvallend aan de geportretteerde betrokkenen – en de schertsende manier natuurlijk waarop ze in het boek worden geportretteerd – is, dat vrijwel allen hun inspiratie halen uit Sciencefiction-films of –boeken, televisieseries als Star Trek of een fascinatie, van kinds af, met bijvoorbeeld ruimte-LEGO, voor al hun interplanetaire fantasieën. Geen van allen heeft een onderbouwde visie of overtuiging en bij iedereen klinkt een naïeve jongensdroom door – de weg naar avontuur. Een enkele reis is geen probleem, want wie wil er nou thuis zitten als hij ook avonturen kan beleven in het sterrenstelsel?

Van Casteren concludeert nuchter dat, zodra het eenmaal zover is dat ruimtereizen mogelijk gemaakt wordt, het een kwestie van tijd is voordat de technologie algemeen geaccepteerd wordt en wordt ingezet om in allerlei menselijke behoeften te voorzien. Het is zeer waarschijnlijk dat dit eerste experiment faalt, maar het zal een kwestie van tijd zijn voordat anderen, geïnspireerd door deze eerste poging, vergelijkbare projecten zullen initiëren. Elon Musk, medeoprichter en -bedenker van onder andere PayPall en Tesla, is al hard onderweg om nieuwe mogelijkheden te verkennen om ruimtereizen in de toekomst voor particulieren mogelijk te maken. Het sluit allemaal aan bij het wereldbeeld van een kosmische orde, waarin de banen van planeten en sterren een toekomst voorspellen ten gunste van de mensheid met daarin de mens als lichtend middelpunt van alle interplanetaire verschuivingen.

Mars brengt rampspoed; de maan van deze planeet brengt orde; beide zienswijzen, twee verschillende kanten van dezelfde munt, gaan uit van de mens als centraal middelpunt waaromheen alle gebeurtenissen draaien. Het wereldbeeld eindigt ermee dat de mens als dominante soort in staat moet zijn te overleven mits hij zichzelf kan overstijgen. Om dit wereldbeeld vast te houden is een indeling tussen de geprivilegieerde soort en een andere, meer laag bij de grondse soort, noodzakelijk. In die zin is het moment waarop het glas omvalt treffend. De presentator weet zich even geen raad als hij wanhopig om een doekje vraagt. Maar hij kan geen kant op, hij zit gevangen in de televisiestudio. Naar het doekje vragen vereist een enigszins stellige overtuigingskracht: kan iemand even voor ons een doekje pakken terwijl wij over belangrijkere dingen praten zoals boeken – is de implicatie. Sowieso zal hij iemand moeten mobiliseren om de situatie op te lossen, maar net daar heeft hij, lijkt het, een klein beetje moeite mee. Uiteindelijk maakt hij zijn eigen tafel schoon voorzien van ironisch commentaar: je moet hier ook altijd alles zelf doen. Maar alles zelf doen is juist wat de mens zo graag wil.